Columns onder het pseudoniem De dichter Bruil, in Maandblad Uitkeringsgerechtigden ofwel MUG:

1991-1993

MUG is een halverwege de jaren 1980 ontstaan projekt met een even simpele als ingenieuze opzet. Het beoogt het maken van een maandblad met specifiek op baanlozen gerichte informatie en gemaakt door de doelgroep zelf.

MUG fungeert als MUG Amsterdam, met subsidie van de gemeente Amsterdam. In mijn tijd zetelde de club in een raamloos pand in de Jordaan. De krant werd geschreven op een tiental aftandse computers en opgemaakt met behulp van schaar en plakband.

MUG kende geen drempel: letterlijk iedereen kwam er binnen en vond er een bezigheid, al was het maar het vermaken van de andere aanwezigen. Maar het was ook een vergaarbak van schrijvend, vormgevend en journalistiek talent.

Ik trof er collega's als de gelauwerde fotograaf Joost van den Broek, reisschrijfster Nies Medema en de losbol Harald Doornbos die later tijdens de oorlogen op de Balkan en in het Midden-Oosten de ganse dag op de radio te horen was. Mede-oprichter van MUG is de aktivist Tjerk Dalhuijsen. Apart was er ook mijn kennismaking met de verroordeelde bankrover en "Held van de Vondelstraatrellen" Jan Bosman.

MUG bestaat nog steeds en is in het internet uitgegroeid tot een instituut

MUG

 

Wekker

Elke eerste morgen van een nieuw jaar is het bal.

Enige ogenblikken na het vuurwerk negeer ik mijn tierende vriendin, kan niet snel genoeg de laatste oliebol verorberen en pak hem uit. Maandenlang reeds heeft hij onder in de kast waarin ik ook de in geschenkverpakkingen gestoken kwartaalaanbiedingen van Lekturama spaar met het oog op de verjaardagen in de familiekring - heeft hij onder in die kast moeten doorbrengen. Blootgesteld aan mijn wellustige blikken. Mijn nieuwe agenda! Nu is het moment daar, het leed is geleden! Met zwierige armgebaren en veel omhaal van woorden, ga ik de twee afspraken die ik in het nieuwe jaar heb, vastleggen: 1: 13 april: naar de tandarts 2: 1 juli: evaluatie over de eerste zes maanden van het jaar Tevens voorzie ik nog alle 365 of 366 pagina's in het boekje van de veelbelovende titel: weersgesteldheid. Voor mij kan de nieuwjaarsdag daarop niet meer stuk.

Elke oudejaarsavond kookt mijn bloed in mijn aderen. Duizend maal duizendmaal vraag ik aan mijn wederhelft of het ding zal werken. Voor ŽŽn keer ben ik van hem en dus van haar afhankelijk. Immers, zij werkt en is als door een infuus met het apparaat gekoppeld - 364 of 365 keren per jaar vloekt zij hardgrondig terwijl ik mij nog eens omdraai. maar nu moet zij mij voor het slapengaan een laatste maal verzekeren dat ze weet hoe de wekker werkt en dat hij om klokslag 0.30 uur zal gaan...

Stiltegebied

Als dichter dacht ik buiten te moeten gaan wonen. Een poŽtischer beeld dan dat van een slootkant met bloemen, reigers, kikkers, eenden, schapen, paarden, geiten en koeien kennen wij in Nederland immers niet?

Waar evenwel plant en beest elkaar zondermeer verdragen, daar slaat alles op de vlucht bij de nadering van een mens. Nu ik dit schrijnende beeld enige jaren in me opgezogen heb, hoeft het voor mij niet meer. Mensen horen hier niet thuis. Wat ze hier ooit gebracht heeft, en wat ze hier zoeken, is mij dan ook een raadsel. Ze vergaren kapitalen met het kweken van bloemen. Enige zin heeft dat niet maar handel levert het wel op, en daar gaat het om in de tuindersbreinen. Vanuit de stad hebben ze hun hele hebben en houen -inclusief motormaaier, motorfiets en motorjacht- meegenomen om met de eerste een minuscuul maar keurig tuintje te doorploegen, met de volgende een snel groeiend net van asfalt te creŽren en met de laatste zich door voorheen vriendelijke slootjes te wurmen.

Veel van wat hier woont is pensioengerechtigd. Tegenover me heeft zo'n figuur z'n oudste dochter naar Australie gejaagd en z'n jongste en z'n ega in het kleinste van twee gebouwen opgesloten. In het grootste stookt hij van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat alle hout uit de verre omtrek op en krijst tijdens alle van die werkuren een cirkelzaag. Vorige zomer heeft hij z'n linkerhand in het hels machine gehouden maar ik geloof dat hij niet zal rusten voor ie al zijn ledematen vrijwillig heeft geamputeerd.

Mijn entree in het dorp was niet erg gelukkig. Vrienden uit de stad hielpen mij geroutineerd de weinige huisraad te verslepen. Koud had ik ze weer uitgeleide gedaan of ik meldde vol warmte aan mijn nieuwe buurvrouw die me vanachter haar gordijnen had gadegeslagen dat het hier 'krakers uit Amsterdam' betrof. Ik verzwijg dat ik van een uitkering leef. Niet omdat ik me ervoor schaam maar omdat ik geloof dat ze het verschijnsel niet kennen! Ik bedoel: ze weten wel dat 'niet iedereen eerlijk zijn brood verdient', en laten ook geen gelegenheid onbenut om dat te hekelen, maar het komt eenvoudigweg niet in ze op dat een steuntrekker zich ook in 'hun' dorp kan ophouden. Dat is namelijk iets van de stad en/of heeft met 'die buitenlanders' van doen.

Ik heb dan ook in de ogen van de dorpelingen 'n veelheid aan 'werk' te verrichten. Deze vertel ik mijn belevenissen als reisleider in Bulgarije, gene speld ik op de mouw dat ik 'journalist' ben. Ik hoef alleen maar te kunnen verklaren waarom ik overdag als enige man de vrouwen en meisjes bij de plaatselijke grutter de hoofden op hol breng. Hierbij doet een term als 'freelance' wonderen.

Het enige waarin mens en natuur elkaar hier schijnbaar vinden, is de regelmaat van de voortplanting. Op precies dezelfde tijd dat vee en gevogelte zich met kroost vertonen, werpen de vrouwtjes van het dorp ŽŽn of meer kleine tuindertjes. Dat geeft een bizar straatbeeld maar ook hier is wat beklijft wrang. Niet alleen namelijk zijn de vrouwtjes eigenlijk nog meisjes en heeft na drie zulke lentes alle leven hen verlaten. Ook vertonen sommige telgen een turf hoger verdacht veel trekjes van hun grootvaders of oudste ooms. Mijn buurmeisje trof het gelukkiger lot dat de vader van haar zoontje echt onbekend is, ook in de familiekring. Haar vijftienjarige passie heeft dan ook slechts de slechte naam van haar familie bevestigd: deze is namelijk van 'de andere kerk'. Katholiek zijn doe je een dorp verderop.

Terwijl mijn buren 's zondagsochtends om negen uur in de auto stappen op weg naar de mis, stromen de eerste tuinders naar het kerkje hier, Bijbel en Liedboek stevig in de knuisten geklemd. Op 'n soort terp pal tegenover mij torent de dominee boven zijn schapen uit. Hij is niet alleen: in het veruit grootste huis van de nederzetting heeft hij een dominese, twee dochters, een zoon van hemzelf en bovendien een donker jochie verzameld. Het kleurlingetje heeft hij aangenomen. Mag je toch denken. De goedertierenheid verloopt hier nog van boven naar beneden. Het jongetje is gered voor de poorten van de hel, en ook met Zuid-Afrika blijven de banden stevig en overzichtelijk: stemmen doe je hier op de RPF van Meindert Leerling, kijken naar de EO en collecteren voor de koningin.

De beide domineesdochters dragen enorme brillen en dito jurken, af en toe een muziekinstrument en 's zondags hoeden en handtasjes. Zij gaan naar 'n 'goede school' op de Veluwe: zomer en winter stappen zij met gods zegen op de eerste bus om met de laatste weer thuis te komen. De oudste zoon baart mij zorgen. Niet alleen kleedt hij zich soms in een mooi groen colbert maar ook loopt hij zo mateloos depressief rond dat ik vrees dat hij of geraakt is door het darwinisme of bespeurt dat hij homofiel zou kunnen zijn. Dominee, noch dominese, noch hun kudde heeft mij ooit ook maar gegroet, laat staan aangesproken. Het is voor hen dat ik van ganser harte op zondag in mijn tuin werk en/of een wasje ophang...

Semtexex

Mij hoor je niet ontkennen dat een beetje begrip heel veel resultaat kan hebben.

Zo hoor ik steeds vaker de wijsheid dat het vluchtelingendrama wereldwijd vergeleken kan worden met de Grote Volksverhuizingen van het begin van de christelijke (let wel: niet 'onze')jaartelling. Is er zo bekeken nog een lichtpuntje voor de vreemdeling hier te lande? Ik vrees van niet. De koene blik van de Westerling houdt namelijk op waar diens gevoel van superioriteit begint. De geschiedkunstige Romein had daar al last van. Tacitus zag zijn 'eigen' Rijk ten prooi vallen aan plunderzieke wilden en weigerde de blik naar binnen te keren. Het kwam ook in deze Uebermensch niet op dat het toenmalig Italie wel eens op springstof gebouwd zou kunnen zijn geweest. Dat de Hunnen en ander tuig simpelweg een bomtrechter binnenwandelden. De val van Rome kon pas beschreven worden toen er geen ooggetuigen meer over waren. En die kant dreigt het nu weer op te gaan.

Je hoort Kosto nooit verklappen dat het kapitalisme haar wankele bestaan rekt ten koste van alles wat je beschaving noemt. De kerel heeft evenals Tacitus gymnasium gehad; in tweeduizend jaar hebben ze daar niets geleerd. Behalve het in stand houden van de eigen groep. Het imperium van de vrije markt verkeert in een diepe crisis waar ze aan haar grenzen fel slag voert met de Gothen van vandaag. Het rijke noorden vergeet of weigert achter zich te kijken waar een brandend lont zich naar het kruitvat slingert. En bestookt van achter haar bordkartonnen Muur het arme Zuiden. Van alles, van aids tot en met heemkunde, suist als projektiel over de afscheiding om daar dood en verderf te zaaien. Men vreet van de sloebers aan gene zijde, geeft ze een naam ('parasieten' of 'religieuze fanatici') en beoorlogt ze onder pseudoniem (laatstelijk: 'Nieuwe wereldorde').

Cynisch genoeg heeft het allesvernietigende karakter van de golfoorlog militant verzet tegen haar in Nederland parten gespeeld. Soms heeft het namelijk aan voldoende voorbereidingstijd voor de vlam in de pan ontbroken. Welbeschouwd echter is de tegenstand miniem geweest, zijn wij met een manier van oorlogvoeren vertrouwd geraakt die de verwoesting ginds omvormt tot amusement hier. Het is in deze troebele sfeer dat taxichauffeurs zich mogen vereenzelvigen met kampslachtoffers. Indien ik dit schreef terwijl over vijf minuten de geheime politie me zou kunnen verhinderen ooit weer een letter op papier te zetten, had ik deze inleiding niet eens nodig gehad. En dat is nu de geestesgesteldheid waarin ontheemden hier naar toe komen. Ze beleven een werkelijkheid die wij ons in onze vrijblijvende toestand helemaal niet voor kunnen stellen. Solidariteit met de vluchtelingen is dat we begrijpen, steunen en stimuleren dat ze de strijd aangaan waar hij begint, namelijk hier binnen 'onze' veilige grenzen.

O ja, en wanneer we toch de daad bij het woord voegen en ons over de opstallen van de marechaussee gaan ontfermen, laten we dan gelijk even zo'n gymnasium meepikken...

DaderprofielDaderprofiel

In deze dagen vol bezinning en goede voornemens, ook tijd voor 'de mens achter de bom'.

Welke is de generatie die de WAO-problematiek aan het vluchtelingendrama koppelt, en het verzamelen van dynamiet 'tegengeweld' noemt? De diagnose van dokter Van Leeuwen (Binnenlandse Veiligheidsdienst) kunnen we laten voor wat ie is: boerelullenpsychologie. De theorie van het gevreesde 'Instituut Clingendael' echter, waarin in ieder geval de ideoloog van RaRa een historicus zou kunnen zijn, biedt ons leuke paralellen.

De geschiedkundige/bombardeerder streeft naar de waarheid van een messcherp beeld in zijn vizier. Hij ziet een samenleving die parasiteert op de grote rest van de mensheid, en ook in 'eigen kring' een onderlaag structureel vernedert en uitsluit. Hij heeft een zesde zintuig ontwikkeld voor namen en motieven, voor antecedenten en begrippen: kleine criminaliteit, Kosto, niet-actieven, nuance. Hij weet wel dat je vooral het een niet met het ander vergelijken mag maar wil toch even kwijt dat de belangstelling van de overheid en haar propagandamachine voor kruimeldieverij handig de aandacht afleidt van de welig tierende milieu- en witteboorden-criminaliteit.

Ook kan de geschiedschrijver/brandstichter niet uit de voeten zonder het onlosmakelijk verband tussen de dingen. Zo nauwkeurig als de lont naar de explosieven afgemeten dient, zo alert knoopt hij oorzaak aan gevolg. Niets bestaat voor hem zonder aanleiding. Zijn Begrip houdt op waar de helft van de bevolking zich weer in uniform mag hijsen terwijl tweeverdieners de kranten volschrijven over 'geweld' en het wegvallen van 'het gevoel voor mijn en dijn'.

De historicus/springstofdeskundige kan tenslotte niets afgerond beschouwen zonder het aanbrengen van 'n breekpunt in de tijd. Alles van voor die caesuur leidt tot de gebeurtenissen erna. De generatie uit de tweede helft van de jaren vijftig is 'geboren' in '40-'45. Onze 'terrorist' -of hij nu 'goede' of 'foute' ouders had, slachtoffer van de mythe van het massale Verzet- kan de maatschappelijke orde niet anders zien dan als een die bestaat bij de gratie van geweld. Hij heeft alleen maar afgeteld tot de Golfoorlog. Voor het bewust verwerken van 'Vietnam' was hij te jong, maar de slachting in Irak heeft hem ervan overtuigd dat tegen de hegemonie van de vrije en blanke markt maar een kruit gewassen is...

Overlast

Gelezen hoe je nu uit je (huur-huis) gezet kunt worden indien je teveel lawaai maakt.

Toegegeven: het is geen pretje om de hele dag gekonfronteerd te worden met house of hazes als dat je niet aanstaat. Maar waar blijven maatregelen tegen de ketelmuziek van de vrije markt? De Europese eenwording zal ook in 1993 alleen maar herrie geven. Ik denk daarbij niet eens zo zeer aan de politieke ontwikkelingen. In de bestuurlijke arena wordt immers een achterhoedegevecht geleverd. De ekonomische herstrukturering die de vorming van de Gemeenschap in feite is, vindt los daarvan plaats. Neen, kenmerkend voor de komende jaren zal het primaat van de ekonomie blijken te zijn. En dat laat zich horen!

Twintig jaar geleden was de ondernemer nog lid van een kaste. Achter de handvol multinationals die ook toen de wereld plunderde, ging een aantal onbekende mensen schuil. In Nederland heetten ze heel spannend 'de 200 van Mertens'. Ze vulden hun zakken anoniem en wilden dat ook graag zo houden. De kentering begon een jaar of tien terug. Onverhoeds werden de late journaals op tv uitgeluid met 'het overzicht van de financiŽle markten'. De argeloze kijker moest plots wijs zien te worden uit de dollarkoers en de 'gebeurtenissen' op Wall Street c.q. Damrak. Toch al gauw zo'n volle minuut van het nieuwsoverzichtje bleek 'gekocht' door een nieuw slag middenstanders. Iedereen werd vanaf die onzalige dag opgezadeld met de speeltjes van de ekonomische mafia.

Sinds de val van de Muur heeft het geschetter van het zegepralend partikulier initiatief elk onderdeel van de samenleving gepenetreerd. De vele reklameteksten rammelen niet zoals voorheen rond het eerlijke probleem van het verschil tussen twee wasmiddelen uit dezelfde fabriek maar rond het 'denken' over automatisering en het 'leasen' van de rest. Waar op de nationale 'informatiezender' radio 1 de Avro de holle frasen van G. B. J. Hiltermann heeft geisoleerd op zondagmiddag, ronkt nu op prime time de luchtverkoperij van Beurspleiner Eddie Schrekman. Het ondernemen is niet langer voorbehouden aan een keurig afgebakende en weinig spraakzame elite. Die 200 van Mertens moeten met afgrijzen neerkijken op het grauw dat zich zo vol overgave in steenkolen-Engels of nauw verholen dialect aan commerciŽle avonturen waagt.

Zeker weten dat het kapitalisme uiteindelijk juist aan deze postmoderne 'democratisering' ten onder gaat. Maar niet in onze eeuw, en zeker niet in 1993. Integendeel, de casino's, kerken en kloosters zullen volstromen. En voor wie daarvoor het geld niet heeft, ben ik een interessante handel in oordopjes begonnen...

Handige Heintjesndige heintjes

Het vermoeiende van actievoeren is dat je altijd 'de verkeerde' pakt.

Althans, volgens de calculerende burger in de gevestigde media. Hierbij geldt: hoe algemener het aangevallen object, des te algemener de afkeuring. De auto bijvoorbeeld is onaantastbaar. Jan en Alleman kan zich (het liefst op krediet) een rijdend blik veroorloven, terwijl een uitkeringstrekker van vlees en bloed zich naar alle kanten moet verontschuldigen voor het schamel bedrag dat hij de gemeenschap kost. 'Maar een auto verdient zichzelf terug!' galmt het over de hele linie, van Volkskrant tot Telegraaf. Jazeker: met de asfaltering van het land en met de nodige revalidatiecentra!

Hulde daarom aan de 'Handige Heintjes', die half januari bij Arnhemse autoverkopers de hand aan de ploeg sloegen en voor anderhalve ton aan banden lekstaken. Ze hadden dat voor mijn part ook in een modale straat mogen doen, want hier past nog slechts een offensief op alle fronten. Misschien kunnen daarin ook de rijscholen eens worden betrokken?

Zelfs ik heb ooit de theorie van het autorijden willen leren. Twee omstandigheden hebben dat verhinderd. Ten eerste leegde mijn instrukteur tijdens het wekelijkse theorie-uurtje een hele fles slechte witte wijn voordat hij blijmoedig aankondigde 'nog even naar Driebergen te moeten rijden'... Ten tweede zat ik naast 'n jongen uit een ver land die voor de twaalfde keer 85 gulden voor de theorieles had neergeteld maar weer teleurgesteld afhaakte omdat hij zijn eigen naam niet eens kon schrijven, laat staan kon volgen waarover het in het knusse lokaaltje ging...

Enkeltje Ede-Wageningen

Is stilstand echt achteruitgang?

Ik moest nog zes jaar worden toen ik voorspelde dat in het jaar 2000 Nederland ťťn gigantische file zou zijn. Op die leeftijd steekt de wereld nog simpel in elkaar. Ik dacht dat Johan Cruyff doctor in de wijsbegeerte was omdat ie zo vaak in het nieuws was. En veronderstelde dat iedereen die het voor het zeggen had, mobiliteit als een groeiend probleem beschouwde. Een kind kan de was doen, nietwaar?

De puberteit noemen we de periode waarin een kind moet zien klaar te komen met de volgende desillusie: vrijwel iedereen die met de paraphernalia van de macht getooid is, blijkt vroeger de domste van de klas te zijn geweest. Of anders gezegd: macht corrumpeert niet alleen, ze is ook de uitkomst van jaren zittenblijven. Afhankelijk van de verwerking van deze gewaarwording wordt een mensenkind gek of volwassen.

De gek volhardt in het reizen door zijn eigen geestes- en zieleleven zoals we dat allemaal doen tijdens die vervelende tienertijd. Het heeft voor hem geen enkele zin zich te verplaatsen want overal stelt hij zich slechts die ene vraag: wie ben ik en wat is hier van mij? De volwassene loopt, galoppeert, rijdt, vaart, spoort en vliegt zich te pletter, om nergens tot rust te komen behalve met een vaderlandse krant achter een blikje Heineken en na een Hollandse Pot.

De meerwaarde van mobiliteit is dus nul komma nul. Hoe groter de aktieradius van de mens, des te enger zijn blikveldje. Terugdringing van mobiliteit doet ons minder vervreemden van onszelf en van de natuur. 'Terug naar de Middeleeuwen' hoor je dan al snel van 'de mensen die het voor het zeggen hebben' (zie boven). Nou en? Ik heb sinds mijn zesde al zoveel ongerijmds moeten vernemen over 'onderontwikkelde', 'alternatieve' en 'matriarchale' samenlevingen dat ik al bijkans heimwee naar ze krijg zodra ik hoor van die 'achterlijke' Middeleeuwen...

Doodpot

Hoe komt het schoelje dat ons voorliegt altijd tot zulke ontspannen onderonsjes? Terwijl de regeerders toch voor elkaar en voor ons van alles te verbergen hebben? Volgens mij hebben ze het dan over het weer.

Het was die donderdag stralend weer toen wij verzamelden in de Rat. De zon stofde speels over 100 gezichten. Uit de schaduw was het aangenaam op het pleintje voor het pand en 50 mensen vertoefden daar terwijl 50 anderen de herkraak pleegden. De herfstige lucht zinderde van de elkaar in razende vaart opvolgende gebeurtenissen. Binnen richtte ťťn van de aanwezige smerissen pardoes op Martins borst omdat deze een bijl meebracht. Terwijl het slachtoffer met een kogel in zijn schouder in veiligheid werd gebracht, kregen de twee Raampoorters een vrije aftocht. Buiten werden evenzovele busjes met platte petten door ons tot vluchtens toe gestenigd.

Snel na dit tumult echter werd het killer. Terwijl de zon achter de omringende daken zonk, werden de zwarte vlag in het venster van de heroverde etage geplant en meer van ons naar binnen geroepen. Ik had evenwel mijn oog op een Duitse laten vallen en omdat ook vele overigen een andere afspraak hadden, nam het aantal herkrakers amper nog toe. Lange schaduwen wierpen zich nu over het pleintje, dat door een provisorische politiemacht met een enkele charge kon worden leeggeveegd. De kit had moeite met het optrommelen van voldoende relbeveiligd personeel, maar hoefde het woon-werkverkeer op de Van Hallstraat niet eens stil te leggen. Wij pendelden naar de Rat om ons warm te houden. Ik kocht voor de blondine een pilsje.

Nog juist zichtbaar tegen de vorstende avondhemel keilde iemand -naamloos nog- van het dak aan de Schaepmanstraat de pannen naar de wachtende wouten. Verhuiverd tot op het bot, hebben wij nadien alleen nog maar kunnen juichen om een groep die alsnog uit het pand wist te komen. Vanaf die ogenblikken herinner ik me soms flarden van mist tussen de rijen wachtende ambulances op het Van Beuningenplein. De ME was eindelijk gearriveerd en wij kregen het pand zelfs niet meer te zien.

Hans Kok is aan domme overkill, koele berekening en wreed toeval doodgegaan. Maar Van Thijn moet de volgende middag zijn ingeslapen met de gedachte: 'Ik laat het de persvoorlichter vanavond over het weer hebben...'

Blijde Boodschap

Wim de Knijff van de EO aan de lijn voor 'n interview. De club die er niet voor schroomt om ook na de 'Wiedergutmachung' haar toogdagen steevast 'landdagen' te noemen, is geschokt door het verschijnsel MUG.

Eťn van die FarizeeŽrs is op een missie door Sodom dit blaadje tegengekomen. Of ik me nu maar even in een radiolawaai-programma wil excuseren. Me verontschuldigen voor het onder meer in jongerencentra verspreiden van de gedrukte boodschap dat baanloosheid niet enkel tot hel en verdoemenis voert. Tijdens de twintig minuten die resten tot het moment van opname, overweeg ik koortsachtig hoe mijn antwoorden te formuleren.

Met de deur in huis vallen is uit den boze. Je zegt niet direct tegen die mannenbroeders dat, zolang in dit land iemand op staatskosten gestoord kan worden van het prins-gemaal spelen, er ook nog wel wat overschiet voor 'n basisinkomentje. Ik doe dus niet moeilijk, schraap al wat aan calvinistische deemoed en burgermansfatsoen aan me is blijven hangen bijeen en begin mijn antwoorden met een zalvend 'Ik denk dat je mensen bevrijdt'. Zulks valt hoorbaar in goede aarde. Alleen jammer dat mijn volgende te gretige referentie aan hun wereldbeeld wordt weggemonteerd.

Op Wims veronderstelling dat 'een normaal mens' toch met plezier z'n brood verdient, zeg ik -verwijzend naar de WAO-problematiek- dat ik 's ochtends in trams en bussen toch niet anders hoor dan 'geween en het gekners der tanden'. Maar waarvan ik drie maanden later baal, is dat ik nog steeds niet de toegezegde tekst van het vraaggesprekje heb ontvangen. Dat is niet alleen onfatsoenlijk als collega's onder elkaar, Wim. Ook heb ik mijn adres aan jouw Gideonsbende gegeven en kan ik dus elke dag een schare reli-hooligans uit zo'n evangelische koffie-shop voor mijn woonstee verwachten.

Goedgelovigheid die zichzelf straft...?

Bevrijding

 

Sommigen willen vijf mei terug:

Meer bloemen, minder juppies rond die fallus

Smeris uit de jasjes

Geen Van Thijn

Vermenselijken

 

Anderen willen haar beperken

Zoals ze gewend zijn vrijheid toe te meten

Aan weer anderen.

 

Twee-derde van de wereld

kent voor haar geen meter ruimte...

 

Beste Roel

Eind vorig jaar wist je je collega-raadsleden tegen je in het harnas te jagen met een oproep om de oorzaak van de volksverhuizingen te zoeken in onze eigen, zelfzuchtige economische orde. Indien we dan toch de nieuwkomers als 'probleem' willen zien, waarom dan niet de koe bij de horens gevat en onze overdaad gedeeld met die sloebers? Zo luidde ongeveer jouw boodschap. Je blijft me verbazen.

Wat me aan jou keer op keer verrast, zijn niet je verlichte zienswijzen maar podium en publiek waar jij aanhang probeert te werven. De Amsterdamse raad bestaat immers uit voorheen kosmopolitische alleseters die nu elk wezenlijk contact met de inderdaad multicultureel geworden samenleving schuwen. Uit je 'memoires' springt naar voren hoe lang je dat nu al volhoudt. 'Schuldbekentenis van 'n ambassadeur' schreef je in '71 als raadslid voor de 'Oranjevrijstaat' en bulkt van de soms te ludieke maar vaak zeer ronde en altijd provocerende aanvaringen met het establishment.

In die roemruchte jaren leerde ik op school bidden voor de staat Israel in haar overlevingsstrijd tegen de heidense Arabieren. De actieradius van jouw 'opstand tegen de autoritaire structuren' is daarmee afdoende geillustreerd. Ik denk dat je revolutie al in de kiem gesmoord werd bij het in maart '66 doen ontploffen van de (rook-)bom tegen een teutoon die op 'onze' Bea geilde. Daarmee waren we namelijk terug bij af. Haar worp dacht, vrat en calculeerde op exact dezelfde wijze als de gevestigde orde dat had gedaan in '40-'45: door (stiekum) het Wilhelmus aan te heffen tegen racisme en nationalisme! Alleen lafheid en rijkdom zijn erfelijk, Roel. Wat dat betreft waren Baader en Meinhof over onze oostgrens beter bij de les.

Maar veertien jaar na het Huwelijk recenseerde de flowerpowergeneratie hier de zeventiger jaren kapot, verschafte zichzelf daarmee een stekje in de burgerlijke geschiedenis en ontnam een volledige generatie haar helden. Vijfentwintig jaar nadien heeft zij zich vergrepen aan de kraakbeweging en de verzorgingsstaat. Voorjaar 1990 ben ik geinfiltreerd in je jongste geesteskind: de Groenen. Er waren opnieuw fascisten in de Raad gekozen en ik was benieuwd of jij met de jouwen bereid was om de eerste zitting van de nieuwe raad mee te helpen verhinderen. Ik kreeg je niet te spreken: mijn voorstel ging ten onder in een orkaan van verwensingen, insinuaties en zo maar wat ketelmuziek.'Geen geweld' was de meest verstaanbare kreet.

Jouw podium bleek opnieuw bezaaid met grachtengordel en hoofdstedelijke oligarchie. In deze, volgens haar Nieuwe Tijd, presenteert dat zooitje haar bloed-en-bodemtheorieen het liefst gewapend met een horoscoop als milieuvriendelijk. Maar ook met piskijkers kun je geen revolutie maken, Roel! Het is verbijsterend dat jij je aanhang nog steeds zoekt op het Barlaeus en in twee keer modaal. Terwijl in die 'matte' zeventiger jaren juist die onderklasse is ontstaan die jij in de sixties zo node ontbeerde. Immigranten, ouderen, vrouwen, WAO-ers, bewust-baanlozen: zij vormen het provotariaat van vandaag en morgen. Roep om te beginnen iedereen op om een uitkering aan te vragen! Jij hebt dan de economische sabotage waarvan je sinds '66 droomt.

En de kliek in haar bunker op het Waterlooplein haar nachtmerrie...

Elke eerste morgen van een nieuw jaaElke eerste morgen van een nieuw jaar is het bal. Enige ogenblikken na het vuurwerk negeer ik mijn tierende vriendin, kan niet snel genoeg de laatste oliebol verorberen en pak hem uit. Maandenlang reeds heeft hij onder in de kast waarin ik ook de in geschenkverpakkingen gestoken kwartaalaanbiedingen van Lekturama spaar met het oAls dichter dacht ik buiten te moeten gaan wonen. Een poŽtischer beeld dan dat van een slootkant met bloemen, reigers, kikkers, eenden, schapen, paarden, geiten en koeien kennen wij in Nederland immers niet? Waar evenwel plant en beest elkaar zondermeer verdragen, daar slaat alles op de vlucht bij de nadering van een mens. Nu ik dit schrijnende beeld enige jaren in me opgezogen heb, hoeft het voor mij niet meer. Mensen horen hier niet thuis. Wat ze hier ooit gebracht heeft, en wat ze hier zoeken, is mij dan ook een raadsel. Ze vergaren kapitalen met het kweken van bloemen. Enige zin heeft dat niet maar handel levert het wel op, en daar gaat het om in de tuindersbreinen. Vanuit de stad hebben ze hun hele hebben en houen -inclusief motormaaier, motorfiets en motorjacht- meegenomen om met de eerste een minuscuul maar keurig tuintje te doorploegen, met de volgende een snel groeiend net van asfalt te creŽren en met de laatste zich door voorheen vriendelijke slootjes te wurmen. Veel van wat hier woont is pensioengerechtigd. Tegenover me heeft zo'n figuur z'n oudste dochter naar Australie gejaagd en z'n jongste en z'n ega in het kleinste van twee gebouwen opgesloten. In het grootste stookt hij van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat alle hout uit de verre omtrek op en krijst tijdens alle van die werkuren een cirkelzaag. Vorige zomer heeft hij z'n linkerhand in het hels machine gehouden maar ik geloof dat hij niet zal rusten voor ie al zijn ledematen vrijwillig heeft geamputeerd. Mijn entree in het dorp was niet erg gelukkig. Vrienden uit de stad hielpen mij geroutineerd de weinige huisraad te verslepen. Koud had ik ze weer uitgeleide gedaan of ik meldde vol warmte aan mijn nieuwe buurvrouw die me vanachter haar gordijnen had gadegeslagen dat het hier 'krakers uit Amsterdam' betrof. Ik verzwijg dat ik van een uitkering leef. Niet omdat ik me ervoor schaam maar omdat ik geloof dat ze het verschijnsel niet kennen! Ik bedoel: ze weten wel dat 'niet iedereen eerlijk zijn brood verdient', en laten ook geen gelegenheid onbenut om dat te hekelen, maar het komt eenvoudigweg niet in ze op dat een steuntrekker zich ook in 'hun' dorp kan ophouden. Dat is namelijk iets van de stad en/of heeft met 'die buitenlanders' van doen. Ik heb dan ook in de ogen van de dorpelingen 'n veelheid aan 'werk' te verrichten. Deze vertel ik mijn belevenissen als reisleider in Bulgarije, gene speld ik op de mouw dat ik 'journalist' ben. Ik hoef alleen maar te kunnen verklaren waarom ik overdag als enige man de vrouwen en meisjes bij de plaatselijke grutter de hoofden op hol breng. Hierbij doet een term als 'freelance' wonderen. Het enige waarin mens en natuur elkaar hier schijnbaar vinden, is de regelmaat van de voortplanting. Op precies dezelfde tijd dat vee en gevogelte zich met kroost vertonen, werpen de vrouwtjes van het dorp ŽŽn of meer kleine tuindertjes. Dat geeft een bizar straatbeeld maar ook hier is wat beklijft wrang. Niet alleen namelijk zijn de vrouwtjes eigenlijk nog meisjes en heeft na drie zulke lentes alle leven hen verlaten. Ook vertonen sommige telgen een turf hoger verdacht veel trekjes van hun grootvaders of oudste ooms. Mijn buurmeisje trof het gelukkiger lot dat de vader van haar zoontje echt onbekend is, ook in de familiekring. Haar vijftienjarige passie heeft dan ook slechts de slechte naam van haar familie bevestigd: deze is namelijk van 'de andere kerk'. Katholiek zijn doe je een dorp verderop. Terwijl mijn buren 's zondagsochtends om negen uur in de auto stappen op weg naar de mis, stromen de eerste tuinders naar het kerkje hier, Bijbel en Liedboek stevig in de knuisten geklemd. Op 'n soort terp pal tegenover mij torent de dominee boven zijn schapen uit. Hij is niet alleen: in het veruit grootste huis van de nederzetting heeft hij een dominese, twee dochters, een zoon van hemzelf en bovendien een donker jochie verzameld. Het kleurlingetje heeft hij aangenomen. Mag je toch denken. De goedertierenheid verloopt hier nog van boven naar beneden. Het jongetje is gered voor de poorten van de hel, en ook met Zuid-Afrika blijven de banden stevig en overzichtelijk: stemmen doe je hier op de RPF van Meindert Leerling, kijken naar de EO en collecteren voor de koningin. De beide domineesdochters dragen enorme brillen en dito jurken, af en toe een muziekinstrument en 's zondags hoeden en handtasjes. Zij gaan naar 'n 'goede school' op de Veluwe: zomer en winter stappen zij met gods zegen op de eerste bus om met de laatste weer thuis te komen. De oudste zoon baart mij zorgen. Niet alleen kleedt hij zich soms in een mooi groen colbert maar ook loopt hij zo mateloos depressief rond dat ik vrees dat hij of geraakt is door het darwinisme of bespeurt dat hij homofiel zou kunnen zijn. Dominee, noch dominese, noch hun kudde heeft mij ooit ook maar gegroet, laat staan aangesproken. Het is voor hen dat ik van ganser harte op zondag in mijn tuin werk en/of een wasje ophang. og op de verjaardagen in de familiekring - heeft hij onder in die kast moeten doorbrengen. Blootgesteld aan mijn wellustige blikken. Mijn nieuwe agenda! Nu is het moment daar, het leed is geleden! Met zwierige armgebaren en veel omhaal van woorden, ga ik de twee afspraken die ik in het nieuwe jaar heb, vastleggen: 1: 13 april: naar de tandarts 2: 1 juli: evaluatie over de eerste zes maanden van het jaar Tevens voorzie ik nog alle 365 of 366 pagina's in het boekje van de veelbelovende titel: weersgesteldheid. Voor mij kan de nieuwjaarsdag daarop niet meer stuk. Elke oudejaarsavond kookt mijn bloed in mijn aderen. Duizend maal duizendmaal vraag ik aan mijn wederhelft of het ding zal werken. Voor ŽŽn keer ben ik van hem en dus van haar afhankelijk. Immers, zij werkt en is als door een infuus met het apparaat gekoppeld - 364 of 365 keren per jaar vloekt zij hardgrondig terwijl ik mij nog eens omdraai. maar nu moet zij mij voor het slapengaan een laatste maal verzekeren dat ze weet hoe de wekker werkt en dat hij om klokslag 0.30 uur zal gaan. de dichter Bruil r is het bal. Enige ogenblikken na het vuurwerk negeer ik mijn tierende vriendin, kan niet snel genoeg de laatste oliebol verorberen en pak hem uit. Maandenlang reeds heeft hij onder in de kast waarin ik ook de in geschenkverpakkingen gestoken kwartaalaanbiedingen van Lekturama spaar met het oog op de verjaardagen in de familiekring - heeft hij onder in die kast moeten doorbrengen. Blootgesteld aan mijn wellustige blikken. Mijn nieuwe agenda! Nu is het moment daar, het leed is geleden! Met zwierige armgebaren en veel omhaal van woorden, ga ik de twee afspraken die ik in het nieuwe jaar heb, vastleggen: 1: 13 april: naar de tandarts 2: 1 juli: evaluatie over de eerste zes maanden van het jaar Tevens voorzie ik nog alle 365 of 366 pagina's in het boekje van de veelbelovende titel: weersgesteldheid. Voor mij kan de nieuwjaarsdag daarop niet meer stuk. Elke oudejaarsavond kookt mijn bloed in mijn aderen. Duizend maal duizendmaal vraag ik aan mijn wederhelft of het ding zal werken. Voor ŽŽn keer ben ik van hem en dus van haar afhankelijk. Immers, zij werkt en is als door een infuus met het apparaat gekoppeld - 364 of 365 keren per jaar vloekt zij hardgrondig terwijl ik mij nog eens omdraai. maar nu moet zij mij voor het slapengaan een laatste maal verzekeren dat ze weet hoe de wekker werkt en dat hij om klokslag 0.30 uur zal gaan. de dichter Bruil